Zorg en begeleiding


Montessorischool Elzeneind biedt passend en inclusief onderwijs: dat betekent dat ons uitgangspunt is iedere leerling een leeromgeving te bieden die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden.
Montessorionderwijs richt zich op de persoonlijke begeleiding en de zelfstandigheid van alle
leerlingen en dat geeft zowel de leerling die voorloopt als de leerling die moeite heeft het
gemiddelde tempo bij te houden, de ruimte zich op zijn eigen niveau te ontwikkelen. Hoe
zelfstandiger een kind van nature is, hoe meer het zijn eigen dag- en weekagenda bepaalt. Kinderen die meer begeleiding nodig hebben, krijgen minder keuzemogelijkheden en kiezen hun werk in overleg met de leerkracht. Heeft een kind moeite met het vinden van de oplossing voor een probleem, dan krijgt het gerichte opdrachten van de leerkracht, zodat het kind stap voor stap geholpen wordt de weg tot de oplossing te vinden.
 
Als je kijkt naar de kerndoelen en leerlijnen voor het basisonderwijs, wordt daar per leergebied steeds van uitgegaan dat ieder kind een gemiddelde ontwikkeling per leerjaar doormaakt. Voor de meeste kinderen zijn die doelen reëel en te bereiken. Met welk resultaat is dan nog afhankelijk van individuele verschillen in capaciteiten, werkhouding en motivatie. Maar voor sommige kinderen volstaat de individuele aandacht en het werken op eigen niveau in de klas niet. Zij ontwikkelen zich op één of meerdere leergebieden echt in een ander tempo, sneller of juist wat langzamer. Het is belangrijk om dat op tijd te signaleren. Soms is dat te zien aan het werk dat een kind maakt, maar het kan zich ook op andere manieren uiten.
 
Zorg voor leerlingen begint er daarom mee dat dat de leerling gezien wordt. Leerkrachten, maar ook ouders, moeten alert zijn op de signalen die kinderen afgeven. Gaat een kind met minder plezier naar school, is een kind erg moe als het uit school komt, komt het in de klas nauwelijks tot werken, is het gefrustreerd of neerslachtig; allemaal signalen dat er iets aan de hand is. Dat kan te maken hebben met de leerstof die niet goed aansluit, te moeilijk of juist te makkelijk is, maar het kan ook zijn dat kenmerken of eigenschappen van het kind hierbij een rol spelen.
 
Na het signaleren door de leerkracht of de ouders wordt meestal de intern begeleider betrokken. Door gerichte observaties, kindgesprekken en overleg met de leerkracht en ouders brengt die de behoeften van deze leerlingen zo goed mogelijk in kaart. Het kan zijn dat er een aanpassing nodig is in het lesaanbod of de instructie, extra begeleiding, verder onderzoek naar het leerprobleem of naar het gedrag van het kind, ondersteuning in de thuisomgeving etc. Er wordt oplossingsgericht gewerkt om te zorgen dat de leerling zich (zo snel mogelijk weer) prettig en competent voelt.
Extra begeleiding wordt op onze school geboden door een remedial teacher, pedagogiek stagiaires en de onderwijsassistent.

Wanneer de school te weinig mogelijkheden of middelen heeft een kind
voldoende ondersteuning te bieden, kunnen we een beroep doen op het samenwerkingsverband
http://www.samenwerkingsverband3006.nl In overleg met ouders en extern deskundigen wordt dan bepaald welk arrangement een kind nodig heeft.
 
Voor gediagnosticeerd meerbegaafde leerlingen heeft onze school ook wekelijks een plusklas.
Daarin krijgen zij de kans om met ontwikkelingsgelijken te onderzoeken welke manier van leren bij hen past en hoe ze het best gebruik kunnen maken van hun capaciteitein.